Onzichtbaar én onmisbaar: MST – collega’s Eric en Suus staan paraat tijdens races op circuit Zandvoort
23 augustus 2026
Tijdens een raceweekend op circuit Zandvoort zijn alle ogen gericht op de baan. En waar de toeschouwers vooral aandacht hebben voor wat er allemaal gebeurt, zijn anderen juist alert op wat er kán gebeuren. MST-collega’s Eric Koolen en Suus van Bruggen maken naast hun werk in het ziekenhuis deel uit van de medische staf op Circuit Zandvoort. Tijdens raceweekenden staan zij samen met tientallen andere zorgprofessionals paraat; klaar om in te grijpen als het nodig is. Hun werk blijft voor het grote publiek grotendeels onzichtbaar. En dat is precies zoals het hoort. Eric: "Als wij niets doen, betekent het dat er niets gebeurt.”
Hoewel Eric en Suus onderdeel zijn van hetzelfde medische team, hebben ze verschillende rollen. "Ik ben Chief Medical Officer, oftewel hoofd medische dienst", vertelt Eric. "Ik stuur een groep van ongeveer 45 medische professionals aan tijdens grote evenementen zoals de Formule 1. Dat zijn artsen, verpleegkundigen en gespecialiseerde teams die werkzaam zijn langs de baan en in de pitstraat. We zijn verantwoordelijk voor de medische zorg voor coureurs, monteurs en officials." De medische organisatie rondom een race voldoet aan strenge eisen van autosportbond FIA; daarom wordt de EHBO voor toeschouwers apart geregeld. “Wij kunnen ook fysiek niet bij de tribune komen als daar iets gebeurt wanneer er gereden wordt”, vertelt Suus. Zij staat tijdens races dicht bij de actie. Ze is onderdeel van het zogeheten ‘extrication team’, dat coureurs veilig en snel uit hun auto kan halen na een crash. "Ik ben de arts binnen dat team", vertelt ze. "Ik beoordeel zo snel mogelijk na een crash hoe het met iemand gaat. Is de coureur aanspreekbaar? Is er pijn aan nek, buik of rug? En hoe snel moet iemand uit de auto worden gehaald?"
Veiligheid staat voorop
Juist bij de Formule 1 komt daar veel specialistische kennis bij kijken. "Normaal gesproken halen we een coureur binnen 3,5 tot 4,5 minuut uit een F1 auto", zegt Suus. "Bij levensbedreigende situaties doen we dit binnen dertig seconden. Tegelijkertijd moet je ervoor zorgen dat nek en rug stabiel blijven." Dat is geen makkelijke opgave. "Een Formule 1-auto biedt veel minder ruimte dan andere raceauto's. De Halo heeft gelukkig al veel levens gered, maar die constructie geeft ons wel minder werkruimte. Meestal zitten we met meerdere mensen tegelijkertijd op, in en aan de auto om iemand veilig te bevrijden." Bij Formule 1-races heeft Suus haar expertise gelukkig nog niet hoeven inzetten, maar bij andere raceklassen wel.
Tijdens een raceweekend rijden er niet alleen Formule 1-auto’s over de baan. Er worden races gereden in allerlei verschillende klassen en dus ook in meerdere typen auto’s. Dat betekent dat de medische staf getraind voorbereid moet zijn op alle mogelijke scenario’s. Eric: "Op de woensdag voor het raceweekend vertrekken we al richting Zandvoort. Dan komen ook de teams, coureurs en de FIA aan. Vanaf donderdag leggen we voor iedere raceklasse examens af. Denk naast de Formule 1 aan de Porsche Supercup en de F1 Academy. Iedere auto is weer anders; de teams en de FIA willen zeker weten dat wij exact weten wat we moeten doen bij elk type auto." Ook voor ervaren teamleden blijft opleiding essentieel. "We oefenen elk jaar opnieuw", zegt Suus. "We zijn ondertussen een goed getraind team en we zijn heel goed op elkaar ingespeeld. Iedereen kent zijn eigen rol, maar weet ook precies wat de anderen doen. Hierdoor kunnen we ook inspringen voor een ander en zijn of haar taken overnemen.”
Formule 1 zette circuit Zandvoort weer op de kaart
Waar veel mensen vooral de races zien, ziet Eric ook de enorme organisatie achter de schermen. "Voor een Formule 1-weekend zijn bijna 500 officials actief langs de baan. Daarnaast werken er nog eens 1.500 tot 2.000 mensen aan het evenement zelf. Iedereen heeft een toegangspas nodig, een slaapplek, eten en vervoer. En dan ontvangen we ook nog ruim 110.000 bezoekers per dag." Als hij vroeg in de ochtend over het nog lege terrein loopt, maakt dat indruk. "Backstage staan alle tijdelijke kantoren, bevoorrading en crewcatering. Als je daar loopt terwijl de zon opkomt en er nog niemand is, dan ben ik echt trots. Dan denk ik: wat tof dat we dit kunnen organiseren in dit kikkerlandje en wat mooi dat ik hier onderdeel van mag zijn." Die trots gaat verder dan alleen het medische werk. "Veel mensen vinden het jammer dat de Formule 1 vertrekt uit Nederland. Maar ik ben vooral waanzinnig trots op wat we als klein land hebben neergezet. Inmiddels komen delegaties uit de hele wereld kijken hoe wij het organiseren. Voor Nederland is dit echt het kroonstuk. Het is een visitekaartje voor de autosport.”
En ja, er is ook nog een leven ná de Formule 1. Het circuit in Zandvoort is ongeveer 300 dagen per jaar verhuurd, dus ook buiten de grote evenementen om is er genoeg te doen. Eric en Suus zijn zelf ongeveer 10 tot 15 keer per jaar aanwezig bij races, maar ze maakten dit jaar zelfs nog een uitstapje naar de 24 uur van de Nürburgring en de 24 uur van Le Mans. En stiekem vindt Suus de Formule 1 helemaal niet de mooiste klasse: “Ik vind de Porsche races eigenlijk het leukst.” Het wegvallen van de Formule 1-races biedt ook weer ruimte aan andere raceklassen. Volgend jaar komt bijvoorbeeld de Formule E naar Zandvoort; dat biedt weer hele andere uitdagingen voor de medische staf.
Achter de schermen is het óók topsport
Ondanks de bijzondere omgeving voelt een Formule 1-weekend voor Eric en Suus niet alleen als een gezellig uitje. "Als we op tijd klaar zijn, kijken we misschien nog even naar de optredens tijdens het weekend", zegt Suus. "Maar het is geen vakantie. Mensen realiseren zich vaak niet dat wij ook klaarstaan voor alle andere raceklassen die dat weekend rijden." De dagen zijn dan ook lang. "De wekker gaat om half zes", vertelt ze. "Vanaf half acht staan we aan de baan en vaak zijn we pas rond zeven uur 's avonds klaar." En dan heeft Suus het nog relatief rustig (als niemand crasht) in vergelijking met Eric. “Hij moet ontzettend veel dingen regelen achter de schermen, ik kom vooral in actie als er wat gebeurt. Tijdens het weekend wordt er ook heel vaak gezegd: ‘Oh, dat moet je even aan Eric vragen’. We hebben dit jaar zelfs stickers gemaakt van deze uitspraak.”
Toch blijven ze allebei elk jaar terugkomen. Niet per se vanwege de auto's of de bekende coureurs, benadrukt Eric. "Ik ben dit werk niet gaan doen, omdat ik zo’n grote fan ben van de autosport. Ik weet ook weinig van de coureurs en de techniek. Wat ik mooi vind, is de logistiek, de organisatie en het bouwen van een team. Samen iets neerzetten waar iedereen op kan vertrouwen."